Het Leitner-systeem is een van de slimste manieren om met flashcards te leren, en het bestaat al sinds de jaren zeventig. Het idee van de Duitse wetenschapsjournalist Sebastian Leitner is simpel: kaarten die je moeilijk vindt, oefen je vaak; kaarten die je kent, steeds minder. Zo gaat al je studietijd naar precies de stof die het nodig heeft. En het enige wat je ervoor nodig hebt, zijn kaartjes en een paar elastiekjes.
Zo werkt het
Je verdeelt je flashcards over stapels, meestal drie tot vijf. Elke stapel heeft een eigen herhaalritme:
- Stapel 1: elke dag. Hier beginnen alle nieuwe kaarten, en hier komen de kaarten die je fout had.
- Stapel 2: om de dag. Kaarten die je in stapel 1 goed had.
- Stapel 3: twee keer per week. Kaarten die je in stapel 2 opnieuw goed had.
- Stapel 4: een keer per week. De kaarten die je eigenlijk gewoon kent.
De spelregels zijn er maar twee. Heb je een kaart goed, dan schuift hij een stapel omhoog. Heb je hem fout, dan gaat hij terug naar stapel 1, hoe ver hij ook al was. Streng, maar daar zit de kracht: een kaart telt pas als gekend wanneer je hem meerdere keren, verspreid over dagen, goed hebt gehad.
Waarom dit zo goed werkt
Het systeem combineert twee dingen waarvan al lang bekend is dat ze het geheugen versterken. Ten eerste jezelf overhoren: elke kaart is een mini-test, en dat ophalen uit je geheugen is precies de oefening die kennis verankert. Ten tweede spreiden: doordat de stapels vaste ritmes hebben, herhaal je de stof automatisch verspreid over dagen, met precies grotere tussenpozen naarmate je iets beter kent. Je hoeft niet na te denken over wát je vandaag moet herhalen; het systeem beslist voor je. Dat scheelt niet alleen tijd, maar ook het knagende gevoel dat je misschien het verkeerde aan het leren bent.
Zo zet je het praktisch op
Een echte Leitner-doos met vakjes is leuk, maar niet nodig. Drie of vier stapels met een elastiek eromheen en een briefje erbij (dagelijks, om de dag, wekelijks) werken net zo goed. Leg ze op een vaste plek op je bureau, dan loop je er letterlijk tegenaan. Begin overzichtelijk: kies voor je eerstvolgende toets een vak, maak de kaarten en start met alles in stapel 1. Na een paar dagen zie je de stapels vanzelf verschuiven, en dat is stiekem ook nog eens motiverend: je zíet je kennis groeien.
Wanneer begin je?
Het systeem heeft tijd nodig om zijn werk te doen, want de kracht zit in de dagen tussen de herhalingen. Twee weken voor de toets is ideaal, een week kan nog net. De avond ervoor beginnen heeft weinig zin; dan kun je beter gewoon de hele stapel een paar keer doornemen. Het mooie is dat de dagelijkse tijdsinvestering klein blijft: stapel 1 wordt vanzelf dunner naarmate je meer kent, dus de meeste dagen ben je in tien minuten klaar.
Voor de liefhebber: het toetsweek-niveau
Leer je voor meerdere vakken tegelijk, geef dan elk vak een eigen kleur kaarten en houd één set stapels aan. Je oefent dan elke dag automatisch een mix van vakken door elkaar, en ook die afwisseling helpt je geheugen. Zo wordt een toetsweek geen berg, maar een dagelijks kwartier met je stapels.
Scholis Flashcards A7 Pastel — 500 Stuks
Voor wie serieus met het Leitner-systeem aan de slag gaat: 500 stevige kaarten in vijf pastelkleuren. Genoeg voor al je vakken, het hele jaar door.
€18,35
Bekijk het 500-packLees ook: Flashcards maken: zo doe je het goed en Spaced repetition: slimmer leren door te spreiden

